“Zijn niet de gelukkigen te benijden die al vroeg wisten wat ze wilden worden?  Door een voetbal voor hun schoentje te krijgen of een gitaar in hun handje te voelen en… de vlam sloeg over. Je hele leven kunnen wijden aan wat je het liefste doet: je werk je hobby of dat nu tennissen is of boekhouden. Voor wie dat geluk niet heeft  wordt het zoeken waar je hart ligt.”

– Neletta van Heuven

Mijn verhaal

Ik ben geboren in het dorp Voorst (Gld) als Neletta Antonia, derde in een gezin van zeven kinderen. Mijn vader was huisarts en tuinarchitect, mijn moeder dreef de apotheek en was politica. Cultuur, muziek en sport stonden hoog in het vaandel, voor de patiënten moest alles wijken.

Op de zolder van ons rietgedekte huis hield ik een naaikransje dat eigenlijk dekmantel was voor diepgaande gesprekken. Voor Sinterklaas spaarde ik kadootjes die ik vermomd als Zwarte Pietje bij arme kinderen bracht. Je zou denken dat ik geboren was voor de Zorg, maar ik had nog een paar verborgen talenten. Op de andere zolder verstopte ik mijn dagboekje waarin ik hartverscheurende belevenissen neerpende; schrijven gaf me troost en balans. Maar omdat niemand ze mocht lezen, werd dat eventuele talent niet ontdekt.

Vanaf de vierde klas ging ik naar Zutphen op school, kreeg dwarsfluitles en ging op hockey. Beide deed ik wel aardig, maar niet zo goed dat het mijn beroep zou worden. In Gym 4 richtte ik met een klasgenoot een cabaret op waarin we de leraren op de hak namen. Ik had mijn passie gevonden: mensen aan het lachen maken. Het werd een succes en in mijn zolderkamertje schreef ik alle teksten. Mijn rol in het toneelstuk van de Grote Avond kwam zelfs in de krant.

Uiteindelijk heb ik gekozen voor Nederlands schrijven, want dit was ook mijn grote vreugde. Maar verhalen moeten diepgang hebben, dus switchte ik naar theologie, filosofie en psychologie. Ik werd zelfstandig eerstelijnspsycholoog.

Zodra mijn twee zonen het huis uit gingen begon ik met het schrijven van de columns. Dat resulteerde in publicatie en dat weer in de uitnodiging voor het Dichterscafé en niet veel later het Schrijverscafé.

Sindsdien was ik niet meer te stoppen: zie mijn boeken.